Inloggen

Lactose

Korte inhoud

Lactose-intolerantie

  • Lactose is van nature aanwezig in de melk van alle zoogdieren
  • Sommige mensen verdragen lactose niet of in mindere mate (lactose-intolerantie)
  • Lactose-intolerantie is ongevaarlijk, maar kan fysieke ongemakken veroorzaken
  • Buikklachten worden vaak onterecht toegeschreven aan lactose-intolerantie
  • Enkel erkende artsen kunnen een juiste diagnose stellen
  • Er bestaat een grote variatie in de graad van lactose-intolerantie
  • Consumenten met lactose-intolerantie kunnen kiezen uit een breed gamma zuivelproducten met variërend gehalte aan lactose

1. Wat is lactose?

Lactose is een suiker die van nature aanwezig is in melk. Dit geldt zowel voor koemelk, als voor melk van andere zoogdieren zoals geiten, schapen en de mens (borstvoeding). Koemelk bevat zo’n 4 tot 5% lactose, of 4 tot 5 g lactose per 100 ml melk [1].

 

 2. Welke gezondheidseffecten heeft lactose?

Specifieke aandoeningen zoals lactose-intolerantie (zie volgende vraag) buiten beschouwing gelaten, is er geen bewijs van negatieve effecten van de consumptie van lactose. Dit werd door de WHO (World Health Organization) bevestigd [2]. Lactose is een bron van energie en is van bijzonder belang in de eerste levensjaren [3]. Er wordt daarenboven gesuggereerd dat lactose zou bijdragen tot de absorptie en retentie van mineralen en als een prebioticum zou fungeren [3,4].

  

3. Wat is lactose-intolerantie? 

In normale omstandigheden wordt lactose in de dunne darm door het enzym lactase in twee deeltjes geknipt, namelijk glucose en galactose [5]. Indien er geen lactase aanwezig is of het minder werkzaam is, komt lactose ongesplitst in de dikke darm terecht, waar het door darmbacteriën gefermenteerd kan worden [1]. Hoewel deze fermentatie op zich ongevaarlijk is, kan het ongemakken met zich meebrengen zoals buikpijn, een opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree. Belangrijk is een onderscheid te maken tussen de hierboven beschreven lactose-intolerantie (een verstoorde vertering van het suiker lactose) enerzijds en een koemelkeiwitallergie anderzijds. Dit laatste wordt veroorzaakt door een abnormale immunologische reactie t.o.v. de eiwitten aanwezig in melk, en vereist - in tegenstelling tot een lactose-intolerantie - een eliminatie van zuivel uit de voeding [6].

 

4. Wanneer is iemand lactose-intolerant?
Er wordt van lactose-intolerantie gesproken indien zowel een lage lactase-activiteit als bovenstaande symptomen zich voordoen. Er bestaat echter een grote variatie in de graad van lactose-intolerantie tussen individuen. Zo blijkt dat individuen die een laag lactasegehalte hebben meestal toch nog een zekere hoeveelheid lactose en dus ook melk en melkproducten kunnen verdragen. In een advies van de Europese Food Safety Authority (EFSA), de Europese referentie m.b.t. voedselveiligheid, wordt gesteld dat de meeste individuen met een verstoorde lactosevertering nog tot 12 g lactose in één dosis kunnen consumeren, zonder of met zeer weinig ongemakken [7]. Dergelijke dosis komt overeen met een glas melk van 250 ml of ongeveer 2 potjes yoghurt van 125g. Daarenboven varieert de ernst van de symptomen naargelang de hoeveelheid en de vorm waarin lactose wordt opgenomen (bv. alleen of samen met andere voedingsmiddelen). Cruciaal is in ieder geval dat de diagnose door een gezondheidsarts vastgesteld wordt aan de hand van specifieke testen (bv. waterstofademtest) [7]. Al te vaak schrijven mensen buikklachten toe aan een lactose-intolerantie, terwijl dit in de praktijk minder blijkt voor te komen dan gedacht. De prevalentie van lactose-intolerantie varieert van 4 tot 56% doorheen Europa. Slechts 4 tot 5% van de populatie in Noord-Europa zou te maken hebben met een lactasedeficiëntie [7]. De prevalentie van koemelkeiwitallergie in Europa bedraagt ongeveer 1% bij kinderen en 0.5% bij volwassenen [6].

 

5. Hoeveel lactose zit er in zuivelproducten?

Niet alleen de graad van lactose-intolerantie kan erg verschillen van persoon tot persoon, ook de hoeveelheid lactose aanwezig in zuivelproducten is erg verschillend. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van het lactosegehalte in zuivelproducten (lijst niet exhaustief). Het lactosegehalte in (half)harde kazen is na hun rijping van minimaal vijf weken sterk gereduceerd door de fermentatie die in de kaas plaatsvindt. Ten slotte zijn er ook melk en zuivelproducten op de markt beschikbaar waarbij het lactosegehalte specifiek gereduceerd werd. Tot op heden bestaat er echter geen wetgeving die vastlegt wanneer dergelijke producten “lactosevrij” kunnen genoemd worden (zie vraag hieronder).

 

 

 

6. Kunnen consumenten met lactose-intolerantie nog zuivelproducten consumeren? 

In de eerste plaats is het cruciaal dat de diagnose van een lactose-intolerantie door een gezondheidsarts wordt vastgesteld aan de hand van specifieke testen, voordat er besloten wordt om melk en zuivelproducten in de voeding te beperken. Het is belangrijk om waakzaam te zijn voor overbodige en al te restrictieve dieetmaatregelen. Melk en zuivelproducten leveren namelijk verschillende essentiële voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft, waaronder hoogwaardige eiwitten, calcium, kalium, vitamine B2 en vitamine B12. Deskundige dieetbegeleiding is cruciaal in geval van een voedingsadvies dat de inname van zuivel beperkt, zeker bij kinderen en jongeren die nog volop groeien en zich ontwikkelen en bij ouderen die calcium minder goed opnemen uit de voeding, en bijgevolg een hogere calciumbehoefte hebben [10]. Daarenboven is het belangrijk te beseffen dat een heel gamma aan zuivelproducten met variërend gehalte aan lactose beschikbaar is (zie vorige vraag). Afhankelijk van de graad van lactose-intolerantie zijn er dus voor elke consument geschikte zuivelproducten beschikbaar! Daarnaast speelt niet alleen het gehalte aan lactose een rol. De in yoghurt aanwezige fermenten maken zelf lactase aan, wat de afbraak van lactose bevordert.  De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) erkent de volgende gezondheidsclaim: ‘De levende bacteriën in yoghurt of gefermenteerde melk hebben een gunstig effect op de afbraak van lactose bij personen die moeilijk lactose verteren.’ [11]. Dit betekent dat EFSA stelt dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het consumeren van yoghurt met voldoende levende bacteriën en de betere vertering van lactose bij mensen die moeilijk lactose verteren. Bovendien kunnen door het nuttigen van kleine porties, een verdeling van de zuivelproducten over de dag, en/of de combinatie van de zuivelproducten met een maaltijd de klachten verminderd of geëlimineerd worden [7]. Het is dus niet nodig om zuivel volledig uit de voeding te schrappen in het geval van een lactose-intolerantie. Dit is ongetwijfeld een belangrijke boodschap, te meer gezien uit de Voedselconsumptiepeiling van 2014 blijkt dat amper 2% van de Belgische bevolking voldoende melkproducten (met uitzondering van kaas) consumeert [12].

 

7. Is er wetgeving die bepaalt wanneer melk of andere producten “lactosevrij” genoemd mogen worden?

Vooreerst dient opgemerkt te worden dat de term ‘melk’ niet zomaar voor gelijk welk product gebruikt mag worden. Europese wetgeving stelt als definitie van melk ‘het product dat door de melkklieren wordt afgescheiden, en waar geen stoffen mogen aan toegevoegd of onttrokken’ vast [13]. De wetgeving voorziet wel de mogelijkheid om nog de benaming ‘melk’ te gebruiken indien het lactosegehalte van de melk werd verminderd door de omzetting van lactase in glucose en galactose. Tot op heden bestaan er geen geharmoniseerde Europese regels die vastleggen wanneer “lactosevrij” op melk, zuivelproducten of andere producten mag geëtiketteerd worden. In het bijzonder doordat de graad van intolerantie bij consumenten erg verschilt, blijkt het voor het Europese EFSA niet mogelijk één drempelwaarde op te stellen die geschikt is voor alle personen met een lactose-intolerante [7]. Een gevolg hiervan is dat momenteel verschillende drempelwaarden in verschillende lidstaten en door verschillende bedrijven gehanteerd worden. Sommige gebruiken de drempelwaarde van 0.1% (0.1 g lactose/100 ml product), terwijl andere een strengere drempelwaarde van 0.01% (0.01 g lactose/100 ml product) hanteren. In België werd tot op heden geen nationale drempelwaarde voor de etikettering van “lactosevrij” vastgelegd in de wetgeving. In afwezigheid van geharmoniseerde Europese regels hieromtrent, hanteert de Belgische overheid momenteel de Europese drempelwaarde voor zuigelingenvoeding ook voor alle andere levensmiddelen (2,5 mg/100 kJ of 10 mg/100 kcal). Deze strenge norm kan potentieel zorgen  voor oneerlijke concurrentie met andere lidstaten en handelsbelemmeringen.