75% erkent dat zuivelverwerkers melkveehouders ondersteunen in duurzaamheidstransitie

17.06.2026

Tijdens het paneldebat op de BCZ Jaarvergadering stond ook duurzaamheid centraal. Het publiek kreeg daarbij de vraag voorgelegd of zuivelbedrijven voldoende doen om melkveehouders te helpen verduurzamen. 25% antwoordde dat zuivelverwerkers hun melkveehouders wel degelijk voldoende ondersteunen. 50% vindt dat er al belangrijke stappen worden gezet, maar dat het altijd beter kan. 25% gaf aan dat de inspanningen vandaag nog niet volstaan. Maar wat doen zuivelverwerkers nu eigenlijk concreet?

 

In verwerkingssites

Voor BCZ en haar leden is duurzaamheid een breed begrip. Er bestaat geen standaardoplossing die voor elk bedrijf of elke melkveehouder werkt. Daarom zetten zuivelverwerkers elk op hun manier stappen, zowel in hun eigen productieprocessen als in de samenwerking met melkveehouders.
Op de verwerkingssites zelf wordt vooruitgang geboekt. Zuivelbedrijven verlagen systematisch hun energie- en waterverbruik en hun CO₂-uitstoot. De voorbije tien jaar daalde deze parameters allemaal met 27% per liter verwerkte melk. Daarnaast komt intussen 35% van het gebruikte water uit alternatieve bronnen en wordt verder gewerkt aan duurzamere verpakkingen. Ook voedselverlies blijft beperkt: uit een recente analyse van BCZ blijkt dat slechts 1,06% van de totale productie verloren gaat. Van dat verlies wordt bovendien 73% gevaloriseerd als diervoeder, de hoogst mogelijke bestemming na humane voeding.

 

Voor hun melkveehouders

De focus van de Jaarvergadering lag vooral op de ondersteuning van melkveehouders in hun duurzame transitie. Twee jaar geleden engageerden BCZ en haar leden zich via het MilkBE Duurzaamheidscharter om melkveehouders daar actief in te begeleiden. Die ondersteuning krijgt vandaag vorm via drie grote sporen.
Lees meer over de vooruitgang van het charter.


1. Kennis en inzichten delen

Via de vernieuwde, digitale Duurzaamheidsmonitor krijgen melkveehouders zicht op meer dan 70 duurzaamheidscriteria. Daarnaast wordt er ingezet op onderzoeksprojecten, workshops of opleidingen, bijvoorbeeld rond koolstofopslag in de bodem of klimaat. Ook tools en scans helpen melkveehouders om gerichter aan de slag te gaan. Een goed voorbeeld zijn de individuele klimaatscans. In 2025 werden er 1.839 klimaatscans uitgevoerd bij Belgische melkveehouders, goed voor ongeveer 33% van alle melkveebedrijven. Dat is een stijging van 15% op één jaar tijd.


2. Duurzaamheidspremies en –programma’s

Veel zuivelbedrijven belonen melkveehouders voor concrete duurzaamheidsinspanningen. Dat gebeurt vaak via puntensystemen, premies of specifieke programma’s, afhankelijk van de prioriteiten van het bedrijf. Ook sommige maatregelen, zoals het gebruik van methaanreducerende voeders, worden gericht ondersteund. Intussen kan 77% van de Belgische melkveehouders aanspraak maken op een duurzaamheidspremie. Die komt bovenop de standaard melkprijs en andere premies, bijvoorbeeld voor kwaliteit.
 

3. Meerwaarde creëren en vermarkten

Zuivelverwerkers zetten ook in op de ontwikkeling en vermarkting van specifieke, duurzame melkstromen. Zo kunnen ze inspelen op de marktvraag én op de bereidheid van klanten en consumenten om voor duurzaamheid te betalen. Volgens BCZ is hierbij ook een belangrijke rol weggelegd voor retailers. Alleen wanneer de meerwaarde zichtbaar wordt tot bij de consument, kan ook de melkveehouder er correct voor beloond worden.

 

Praktijkvoorbeelden

Tijdens de jaarvergadering kwamen enkele zuivelbedrijven aan het woord. Zo stelde Frieslandcampina dat ze met een resultaatsverbintenis werken in hun premieprogramma, die zowel inzet op klimaat, dierenwelzijn en biodiversiteit. De focus ligt op het ondersteunen van de melkveehouders in het maken van keuses, die bij zijn bedrijf past. Ook Solarec heeft een duurzaamheidsprogramma sinds 2019 en ondersteunt methaanreducerend voeder. Beiden bedrijven concludeerde ook dat het vermarkten van deze duurzaamheid en inzetten op valorisatie en een hogere prijs uit de markt halen essentieel zijn.
Bekijk het verhaal van Inex en Arla naar aanleiding van de MilkBE Duurzaamheidsawards  

 

Beleid moet inzetten op rechtzekerheid

De beide ministers van Landbouw erkenden het belang van de steun die melkveehouders krijgen vanuit de verwerkende schakel. Voor BCZ blijft vooral een stabiel en rechtszeker beleidskader, met duidelijke spelregels voor de toekomst, essentieel. Minister Brouns bevestigde die nood aan voorspelbaar beleid en benadrukte dat elke euro Vlaamse steun “groen” moet zijn. Ook klimaatscans spelen volgens hem een sleutelrol. Hij toonde zich hoopvol dat landbouw mogelijk blijft binnen ecologische grenzen, mede dankzij de ondersteuning vanuit de zuivelverwerkers.
Minister Dalcq pleitte op haar beurt voor minder administratieve lasten voor melkveehouders. Volgens directeur Lien Callewaert speelt de vernieuwde digitale Duurzaamheidsmonitor daar precies op in. Daarnaast ziet Dalcq ook kansen in carbon credits en pocketvergisters, pistes die de overheid verder wil ondersteunen.

Jolien

Jolien Willems

Advisor Sustainability & Communication
jolien.willems@bcz-cbl.be